Lasfouten¶
Samenvatting¶
Lasfouten zijn afwijkingen in of rondom een lasverbinding die de kwaliteit, sterkte, dichtheid of levensduur van de verbinding kunnen verminderen. Sommige lasfouten zijn direct zichtbaar, terwijl andere alleen met speciale inspectietechnieken kunnen worden opgespoord.
Binnen Jongia is het voorkomen van lasfouten van groot belang. Menginstallaties worden vaak toegepast in de voedingsmiddelen-, farmaceutische en chemische industrie, waar hoge eisen worden gesteld aan sterkte, corrosiebestendigheid, hygiëne en lekdichtheid. Een kleine lasfout kan leiden tot lekkage, vervuiling, vermoeiingsscheuren of een kortere levensduur van de installatie.
Door een goede voorbereiding, de juiste lasparameters, ervaren lassers en zorgvuldige inspectie kunnen de meeste lasfouten worden voorkomen.
Theorie¶
Wat zijn lasfouten?¶
Een lasfout is een ongewenste afwijking die ontstaat tijdens of na het lassen.
Niet iedere onregelmatigheid is direct een afkeurpunt.
Of een lasfout acceptabel is, hangt af van:
- de toepassing;
- de geldende normen;
- de lasspecificatie;
- de belasting van de constructie.
Bij drukvaten of hygiënische installaties gelden doorgaans strengere eisen dan bij eenvoudige constructiewerken.
Oorzaken van lasfouten¶
Lasfouten kunnen verschillende oorzaken hebben.
Veelvoorkomende oorzaken zijn:
- onjuiste lasinstellingen;
- onvoldoende reiniging;
- verkeerde lasvolgorde;
- verkeerd beschermgas;
- vervuilde materialen;
- onervarenheid van de lasser;
- slechte passing van onderdelen.
Vaak is een lasfout het gevolg van meerdere factoren tegelijk.
Porositeit¶
Porositeit bestaat uit kleine gasbelletjes die in de las achterblijven.
Oorzaken kunnen zijn:
- onvoldoende beschermgas;
- vocht;
- olie of vet op het materiaal;
- vervuilde elektrode;
- te lange lasboog.
Porositeit vermindert de sterkte en kan lekkages veroorzaken.
Scheuren¶
Scheuren behoren tot de ernstigste lasfouten.
Ze kunnen ontstaan:
- tijdens het afkoelen;
- na langdurige belasting;
- door spanningen in het materiaal.
Scheuren zijn vrijwel altijd onacceptabel en vereisen herstel.
Onvoldoende inbranding¶
Bij onvoldoende inbranding is het basismateriaal niet voldoende versmolten.
Hierdoor ontstaat een zwakke verbinding.
Oorzaken zijn onder andere:
- te weinig lasstroom;
- te hoge lassnelheid;
- verkeerde elektrodehoek.
Bindingsfouten (Lack of Fusion)¶
Bij een bindingsfout is het lasmetaal niet goed verbonden met het basismateriaal of met een vorige laslaag.
Hierdoor ontstaat een zwakke plek in de constructie.
Deze fout is vaak moeilijk zichtbaar en wordt regelmatig opgespoord met niet-destructief onderzoek.
Slakinsluitingen¶
Bij bepaalde lasprocessen kan slak tussen de laslagen achterblijven.
Dit gebeurt meestal wanneer:
- slak onvoldoende wordt verwijderd;
- de las onvoldoende wordt gereinigd;
- onjuist wordt doorgelast.
Bij TIG-lassen komt deze fout nauwelijks voor, omdat hierbij geen slak wordt gevormd.
Ondersnijding (Undercut)¶
Een ondersnijding is een groef langs de rand van de las.
Hierdoor neemt de effectieve materiaaldikte af.
Dit kan leiden tot spanningsconcentraties en een lagere vermoeiingssterkte.
Doorbranding¶
Wanneer te veel warmte wordt ingebracht, kan het materiaal volledig doorsmelten.
Dit heet doorbranding.
Vooral dun plaatmateriaal is hiervoor gevoelig.
Doorbranding leidt vaak tot:
- gaten;
- vervorming;
- extra herstelwerk.
Vervorming¶
Tijdens het lassen zet het materiaal uit.
Na afkoeling krimpt het weer.
Hierdoor kunnen ontstaan:
- kromtrekken;
- scheluwte;
- maatfouten;
- interne spanningen.
Een goede lasvolgorde en opspanning beperken deze vervormingen.
Oxidatie¶
Bij onvoldoende bescherming met beschermgas oxideert het hete metaal.
Bij roestvast staal is dit zichtbaar als:
- blauwe;
- paarse;
- bruine;
- zwarte verkleuring.
Oxidatie vermindert de natuurlijke corrosiebestendigheid van het materiaal.
Daarom worden RVS-lassen vaak gebeitst en gepassiveerd.
Herkennen van lasfouten¶
Sommige fouten zijn direct zichtbaar.
Bijvoorbeeld:
- ondersnijding;
- vervorming;
- verkleuring;
- lasspatten.
Andere fouten bevinden zich inwendig.
Deze worden opgespoord met technieken zoals:
- penetrantonderzoek;
- ultrasoon onderzoek;
- röntgenonderzoek.
Praktijk bij Jongia¶
Binnen Jongia staat het voorkomen van lasfouten centraal tijdens het productieproces. Door een goede voorbereiding van het materiaal, het gebruik van geschikte beschermgassen en zorgvuldig ingestelde lasparameters wordt de kans op defecten zo klein mogelijk gehouden.
Na het lassen worden verbindingen gecontroleerd door middel van visuele inspectie en, waar nodig, aanvullende onderzoeken of lektesten. Bij roestvaststalen producten wordt bovendien veel aandacht besteed aan het correct beitsen en passiveren van de las om de corrosiebestendigheid te herstellen.
Wanneer een lasfout wordt geconstateerd, wordt beoordeeld of herstel mogelijk is of dat de verbinding opnieuw moet worden vervaardigd. Zo wordt gewaarborgd dat de uiteindelijke installatie voldoet aan de hoge kwaliteitseisen van Jongia en haar klanten.
Veelgemaakte fouten¶
- Denken dat een mooie las automatisch een goede las is. Een nette las kan nog steeds inwendige defecten bevatten.
- Verkleuring van RVS negeren. Blauwe of bruine verkleuring is vaak een teken van oxidatie en een verminderde corrosiebestendigheid.
- Lasfouten pas aan het einde van het productieproces controleren. Vroege inspectie voorkomt kostbaar herstelwerk.
- Herstel zonder oorzaaksonderzoek uitvoeren. Alleen de las opnieuw leggen is niet voldoende wanneer de onderliggende oorzaak niet wordt weggenomen.
- Aannemen dat iedere lasfout even ernstig is. Sommige kleine onregelmatigheden zijn binnen de norm acceptabel, terwijl scheuren, bindingsfouten of onvoldoende inbranding vrijwel altijd moeten worden hersteld of afgekeurd.