Ga naar inhoud

ATEX

Samenvatting

ATEX is een verzamelnaam voor Europese richtlijnen die bedoeld zijn om explosies in explosiegevaarlijke omgevingen te voorkomen. De naam is afgeleid van het Franse ATmosphères EXplosibles. De richtlijnen stellen eisen aan apparatuur, beveiligingssystemen en de inrichting van werkplekken waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan.

Voor menginstallaties is ATEX van groot belang. Tijdens het mengen van brandbare vloeistoffen, gassen of stofvormige producten kan een explosief mengsel ontstaan. Apparatuur die in deze omgeving wordt gebruikt, zoals elektromotoren, sensoren, afdichtingen en roerwerken, moet daarom voldoen aan specifieke veiligheidseisen.

Binnen Jongia wordt bij ATEX-projecten al tijdens de engineering rekening gehouden met de explosiezone, de producteigenschappen en de vereiste apparatuurcategorie. Zo kan een veilige en conforme installatie worden ontworpen.


Theorie

Wat is ATEX?

ATEX is een Europees systeem van richtlijnen en normen voor explosieve atmosferen.

Het doel is:

  • explosies voorkomen;
  • de gevolgen van een explosie beperken;
  • werknemers beschermen;
  • veilige apparatuur garanderen.

ATEX geldt voor installaties waarin brandbare stoffen aanwezig kunnen zijn.


Wanneer ontstaat een explosieve atmosfeer?

Een explosieve atmosfeer ontstaat wanneer drie voorwaarden tegelijk aanwezig zijn.

Dit wordt ook wel de explosiedriehoek genoemd.

Er zijn nodig:

  • een brandbare stof;
  • zuurstof;
  • een ontstekingsbron.

Wanneer één van deze factoren wordt weggenomen, kan geen explosie plaatsvinden.


Brandbare stoffen

Explosieve atmosferen kunnen ontstaan door:

  • brandbare gassen;
  • dampen;
  • nevels;
  • brandbare stofdeeltjes.

Voorbeelden zijn:

  • ethanol;
  • oplosmiddelen;
  • waterstof;
  • meelstof;
  • suikerstof;
  • kunststofpoeders.

Ook producten die op zichzelf onschuldig lijken, kunnen onder bepaalde omstandigheden explosief zijn.


Ontstekingsbronnen

Een explosieve atmosfeer is pas gevaarlijk wanneer er een ontstekingsbron aanwezig is.

Mogelijke ontstekingsbronnen zijn:

  • elektrische vonken;
  • hete oppervlakken;
  • statische elektriciteit;
  • mechanische vonken;
  • open vuur;
  • oververhitte lagers.

Bij het ontwerp van een installatie worden deze bronnen zoveel mogelijk voorkomen.


De ATEX-richtlijnen

Binnen Europa zijn twee belangrijke ATEX-richtlijnen van toepassing.

ATEX 2014/34/EU

Deze richtlijn stelt eisen aan:

  • apparatuur;
  • componenten;
  • beveiligingssystemen.

Fabrikanten moeten aantonen dat hun producten geschikt zijn voor gebruik in explosiegevaarlijke omgevingen.


ATEX 1999/92/EG

Deze richtlijn richt zich op werkgevers.

Hierin staan eisen voor:

  • risicoanalyse;
  • zone-indeling;
  • veilig werken;
  • onderhoud;
  • instructie van personeel.

Zone-indeling

Explosiegevaarlijke gebieden worden ingedeeld in zones.

Voor gassen

Zone Betekenis
Zone 0 Explosieve atmosfeer is voortdurend of langdurig aanwezig
Zone 1 Explosieve atmosfeer kan regelmatig voorkomen
Zone 2 Explosieve atmosfeer komt alleen incidenteel voor

Voor stof

Zone Betekenis
Zone 20 Explosieve stofwolk voortdurend aanwezig
Zone 21 Explosieve stofwolk kan regelmatig voorkomen
Zone 22 Explosieve stofwolk komt slechts incidenteel voor

De zone bepaalt welke apparatuur mag worden toegepast.


Apparatuurcategorieën

ATEX-apparatuur wordt ingedeeld in categorieën.

Voor procesinstallaties zijn veelvoorkomende categorieën:

  • Categorie 1 – hoogste beschermingsniveau.
  • Categorie 2 – hoog beschermingsniveau.
  • Categorie 3 – normaal beschermingsniveau.

Hoe groter het explosierisico, hoe zwaarder de eisen aan de apparatuur.


Temperatuurklasse

Een belangrijk onderdeel van ATEX is de maximale oppervlaktetemperatuur van apparatuur.

Deze wordt aangeduid met temperatuurklassen.

Bijvoorbeeld:

Klasse Maximale oppervlaktetemperatuur
T1 450 °C
T2 300 °C
T3 200 °C
T4 135 °C
T5 100 °C
T6 85 °C

De temperatuur van apparatuur moet altijd lager blijven dan de zelfontbrandingstemperatuur van het aanwezige product.


Invloed op menginstallaties

Bij menginstallaties beïnvloedt ATEX onder andere:

  • keuze van de motor;
  • afdichtingen;
  • sensoren;
  • bekabeling;
  • lagerhuizen;
  • toerentalbewaking;
  • aardingsvoorzieningen.

Ook het ontwerp van de tank en de procesvoering kunnen worden aangepast om explosierisico's te verkleinen.


Praktijk bij Jongia

Binnen Jongia wordt bij ieder project beoordeeld of ATEX van toepassing is. Hierbij wordt gekeken naar de eigenschappen van het product, de procesomstandigheden en de omgeving waarin de installatie wordt geplaatst. Op basis daarvan wordt bepaald welke explosiezones aanwezig zijn en welke apparatuurcategorie vereist is.

Wanneer een installatie in een ATEX-zone wordt toegepast, worden uitsluitend geschikte componenten geselecteerd. Denk aan ATEX-gecertificeerde motoren, sensoren en instrumentatie. Ook worden maatregelen genomen om ontstekingsbronnen te voorkomen, bijvoorbeeld door een juiste aarding, temperatuurbeheersing en de keuze van geschikte afdichtingen en lagers.

Daarnaast wordt de benodigde documentatie geleverd, zodat de installatie voldoet aan de geldende wet- en regelgeving en veilig kan worden gebruikt.


Veelgemaakte fouten

  • Denken dat ATEX alleen over elektrische apparatuur gaat. Ook mechanische onderdelen, zoals lagers, koppelingen en afdichtingen, kunnen een ontstekingsbron vormen.
  • Aannemen dat een brandbare vloeistof automatisch een ATEX-installatie vereist. Alleen wanneer een explosieve atmosfeer kan ontstaan, zijn de ATEX-richtlijnen van toepassing.
  • Zone-indeling en apparatuurcategorie door elkaar halen. De zone beschrijft het risico in de omgeving; de apparatuurcategorie geeft aan voor welke zones de apparatuur geschikt is.
  • Vergeten dat stof net zo explosief kan zijn als gas. Veel organische poeders, zoals meel, suiker en zetmeel, kunnen bij voldoende concentratie een stofexplosie veroorzaken.
  • Denken dat een ATEX-certificaat voldoende is. Een veilige installatie vereist ook een correcte risicoanalyse, juiste montage, goed onderhoud en een passende bedrijfsvoering.